De betekenis van de
Losse korrels

Vliegers

Geertje de Visscher

 Op een mooie zonnige dag vertrokken ze met wel zo`n twintig vrouwen naar het strand. Sjouwend met kleurige tassen en rugzakken togen ze door de duinen over het losse zand, onderweg de slippers uittrekkend en zwoegend onder de warme zon. Toch was het niet druk op het strand en ze zochten een plekje uit waar ze zich gingen installeren en alle bagage lieten vallen. 

Gekleed in luchtige zomerjurkjes pakten ze hun tassen uit en gingen aan de slag om hun vliegers in paraatheid te brengen. Allerlei vormen vliegers kwamen tevoorschijn, in de prachtigste kleuren, verwikkeld in meters touw. Het was nog een heel gepuzzel, zeker omdat ze het niet konden laten om zich met alles en iedereen te bemoeien en goede tips rond te strooien. Er werd wat af gekletst en gelachen, er heerste een uitgelaten stemming, helemaal passend bij deze dag en bij hun doel. 

Ze gingen vliegers oplaten als symbool voor het loslaten van hun opvliegers. Kortgeleden was eentje van hen op dit leuke idee gekomen. Het was een druilerige dag tijdens hun twee maandelijkse bijeenkomst en het eerste uur werd zoals gewoonlijk opgevuld met klachten en kwaaltjes benoemen. Iedereen had wel ergens last van en door het delen met elkaar werd het al een stuk minder erg. 

Bovendien konden ze om veel probleempjes kostelijk lachen en er de draak mee steken, hun relativeringsvermogen was groot. Plotseling zei één van hen: “Als we nu eens een dagje naar zee gaan en allemaal een vlieger meenemen. Dan gaan we die oplaten, lekker uitrennen, dat is goed voor ons, maar die vliegers zien we als symbool voor onze vrouwenkwaaltjes, onze opvliegers, en die gaan we allemaal loslaten. We laten de opvliegers de lucht in vliegen. Wat vinden jullie daarvan?” 

De enthousiaste kreten waren niet van de lucht, natuurlijk vond iedereen dit leuk. Een dagje uit was altijd een succes, de moeilijkheid was een datum te vinden waarop iedereen kon. Op hun bijeenkomsten was altijd wel iemand afwezig, maar bij deze gelegenheid hoorde iedereen aanwezig te zijn, daar waren ze heel stellig in. 

Wonder boven wonder lukte het deze keer snel om een geschikte datum te vinden, alle vrouwen wilden bij deze bijzondere dag aanwezig zijn. De dag werd vastgelegd, het vervoer werd geregeld en de verplichting uitgesproken dat elke vrouw voor haar eigen vlieger zorgde.

 Nu was het dan zover. 

Ze voelden zich als kleine uitgelaten kinderen die een schoolreisje hadden. Het duurde enige tijd voordat de vliegers klaargemaakt waren voor hun lucht reis en de eerste dames deden een poging om hun vlieger de lucht in te krijgen. De wind was goed, het weer werkte prima mee en het kostte niet al te veel moeite om de kleurige vliegers vrij in de wind te laten gaan. 

Het was een prachtig gezicht. Twintig vliegers in alle mogelijke kleuren en vormen, rode, gele, oranje en paarse, vierkant en rond, ovaal en rechthoekig, bewogen zich tegen de blauwe achtergrond van de heldere lucht. De vrouwen renden door het losse zand en zetten zich schrap om het touw stevig in de hand te houden. 

Ze lachten en gilden van plezier, de kreten van ongeremde pret vulden de lucht en vermengden zich met de vliegers. Opgelaten en uitgelaten, in de lucht en opgelucht, de vliegers en de vrouwen. Als kleine meisjes lieten ze zich gaan en voelden zich vrij. Wat een opluchting, wat een heerlijk gevoel om onbezorgd over het strand te hollen, nergens aan denkend, alleen proberend hun vlieger in de lucht te houden. 

Een van de vrouwen gaf het touw aan haar buurvrouw en rommelde in haar tas op zoek naar haar fotocamera. Vanuit alle standpunten maakte ze de ene foto na de andere, close up en van ver af, zoveel mogelijk kleur vangend in één foto. “Vrouwen, denk er aan,” riep iemand anders, “hier gaan onze opvliegers. Vanaf nu heeft niemand er nog last van, ze gaan allemaal met de wind mee. Al onze overgangsklachten, al onze zeurtjes, we zijn er klaar mee.” 

“Laat los, laat alles maar gaan, vrijheid, denk daar aan. En als je ooit nog iets voelt, herinner je dan deze middag, deze mooie vliegers in de lucht en stuur je probleempje mee de lucht in. Laat het wegwaaien op de wind, laat het los in alle vrijheid,” zei een andere vrouw. 

“Hup, zei de vlieger en hij vliegt de lucht in, hup, zei de vlieger en hij vliegt omhoog,” begon iemand te zingen, en als spoedig zongen ze met z`n allen dit vrolijke liedje. 

Het was één en al kleur en vorm en zang en pret op het strand. De vrouwen leefden zich helemaal uit tot ze zich uitgeput in het zand lieten vallen. De ene na de andere vlieger kwam omlaag, ze hadden hun werk gedaan, alle zorgen waren opgelost in het lichtblauwe van de lucht. 

Er werden flessen wijn tevoorschijn gehaald en glaasjes en toen iedereen een glas licht prikkelende frisse wijn in handen had brachten ze een toost uit. 

“Vliegers, vliegen op. Opvliegers, de lucht in. Vrij. Laat los, opluchting.” 

“Op onze opvliegers, op onze vrouwelijkheid, op onze kwetsbaarheid en onze kracht. Proost, op alle vrouwen!” 

Met een zucht van genot nipten ze aan hun glas en werden de flessen wijn geleegd. Terwijl normaal de wijn hen spraakzamer maakte, zorgde nu de combinatie wijn met zeelucht, zon en wind dat de vrouwen stiller werden. Verzonken in hun eigen gedachten lieten ze de uurtjes verstrijken. Laat op de middag keerden ze huiswaarts, zielstevreden en voldaan. 

De vliegers mochten mee naar huis, de opvliegers waren onderweg met de wind. En als ze ooit nog eens last hadden van een of ander kwaaltje hoefden ze maar even terug te denken aan deze wonderlijk mooie dag en voelden ze zich meteen een stuk lichter. 

De foto`s werden rondgestuurd en menigeen hing een vergroting aan de muur. De kleurige vliegers vertegenwoordigden hun saamhorigheid en verbondenheid met alle vrouwen op de wereld. 

Vliegers, vrouwen, vrij. 

Lees meer over de betekenis

Lees meer verhalen