De betekenis van de
Losse korrels

Over een expositie en een ring

Geertje de Visscher

Het was droog, mijn regenjas stopte ik voor de zekerheid in mijn fietstas. Rustig fietste ik richting dorp, de drukke straat door en verder. Naar het volgende dorp, waar de expositie was. In een mooi oud huis, gelegen aan een klein zijweggetje verscholen achter een heg, werden beelden en schilderijen tentoongesteld.

Open huis en open tuin. Dwalend door de huiskamer bewonderde ik de beelden en schilderijen, gemaakt door de docenten kunstenaars. Prachtige sprekende koppen, van jonge en oudere mensen, ogen die je indringend aankeken, onschuldige blikken uit kinderogen en gezichten vol paniek, angst of wanhoop. Zachte uitdrukkingen die je een diepe zucht lieten slaken of een harde blik waarvoor je terug deinsde. Het maakte een diepe indruk op me, evenals de schilderijen deden, met hun pastelkleuren of juist felle harde kleuren. Mensen, allerlei mensen in allerlei posities. Mensen, die als je ze een ogenblik aandacht schonk, een heel verhaal vertelden. Er was een meisje met vragende ogen, aan wie vroeg zij iets en wat wilde ze graag hebben of weten? Een man met een berustende blik in de ogen, wat zou hij meegemaakt hebben?

Op het moment dat ik binnen was, waren er weinig andere bezoekers. Op de achtergrond was rustige zachte muziek te horen. Toch had ik het idee dat er volop gepraat werd. De mensen die hier vereeuwigd waren op doek of in klei vertelden ieder hun verhaal, praatten door elkaar alsof ze allemaal aandacht vroegen.

Ik hoorde een hoog kinderstemmetje, een barse donkere mannenstem, gegil, waarschijnlijk van enkele vrouwen, nog meer kinderstemmen, mannenstemmen, vrouwenstemmen, steeds meer. Harder en drukker, door elkaar, elkaar overstemmend, oorverdovend, ik werd er gek van.

Ik vluchtte naar buiten, de frisse lucht in en haalde een paar keer diep adem. De zon kwam achter een wolk vandaan en verlichtte de binnenplaats, waar bezoekers een kop koffie dronken en kletsten met elkaar. Ik liep de tuin in, een klein paadje leidde naar een vijver. Op een bankje ging ik even zitten en staarde in het water, ik zag een kikker op een blad en verscheidene vissen. Rust. Heerlijk. Terwijl ik om me heen keek, zag ik diverse beelden in de tuin staan, op sokkels verheven boven de planten. Van de vijver leidde een paadje naar een klein gazonnetje, waar in het midden een grote boom stond die als een parasol het gras beschermde. Een schuilplek was dit, met aan de randen kleurige bloemen die zorgden voor luchtigheid.

Achter het gazon stond een oud huisje. Het riep de sfeer op van vroegere tijden, een klimop kroop langs de muur omhoog. Een raampje en een vervallen deur waren vrij gehouden van de groene aanplant. Opzij van het huisje hing tegen een houten schutting een groot schilderij. Daarop was een donkere vrouw te zien, die door een spleet in een muur of wand je aankeek. Je kon haar ogen zien en een gedeelte van haar gezicht. Een paar donkere krullen hingen naar voren alsof de vrouw door de kier naar buiten wilde komen.

Zat ze opgesloten? Hoorde ze bij het huisje? Iets in haar blik maakte dat ik bleef staan en me afvroeg wat ze wilde. Het was bijna alsof ik haar hoorde praten, maar ik kon niet verstaan wat ze zei. Zag ik haar lippen bewegen? Het puntje van haar tong, dat was zo even toch niet te zien? Ik schudde mijn hoofd, mijn verbeelding ging met me op de loop. Zie je wel, niets aan de hand, het was de stilte hier achter in de tuin die er voor zorgde dat ik dingen waarnam die er niet waren. Ik draaide me om en zette een pas richting terras. Wat was dat? Nu wist ik zeker dat ik iets gehoord had. Een zucht of een zachte fluistering, een gesmoorde stem die me riep. Langzaam keerde ik me om naar de mysterieuze vrouw op het schilderij. Ze wenkte me met haar ogen, keek me met een smekende blik aan en ik kon niets anders dan een stap in haar richting zetten. Voor haar bleef ik staan en zag dat de spleet in de wand groter was geworden. De vrouw stak haar hand door de opening en reikte naar me, ik zag een goed verzorgde hand met een kleurige ring om haar ringvinger. Gelakte nagels gaven haar een exotisch uiterlijk, samen met de donkere krullen en de lichtbruine huidskleur. Nu zag ik dat ze niet angstig keek, maar een open blik had en me uitnodigde dichterbij te komen. Ze opende haar hand en met haar andere hand schoof ze de ring van haar vinger af. Ik denk dat ik een ongelofelijke blik in mijn ogen had, verbazing en tegelijkertijd berusting. Wat nu weer? Het zal wel, dit kan niet, maar het is zo. De vrouw stak me de ring toe, ik pakte hem aan en draaide hem rond in mijn handen. Ze knikte, nog een keer, vooruit, doe om, zei ze met haar ogen. 

Nee, ik hoorde het haar zeggen, met een zachte stem spoorde ze me aan om de ring om te doen. Ik schoof hem aan mijn vinger, natuurlijk was het mijn maat, hij zat alsof hij voor me gemaakt was. De ring paste bij me, net zoals hij ook bij de vrouw paste. Mooi, zei ik zachtjes, het voelde goed, ik bewonderde de diepe kleuren en genoot van de schoonheid van deze kleurige ring aan mijn hand. De vrouw en ik keken elkaar aan, op zoek naar elkaar in elkaars ogen. De minuten gingen voorbij, ik voelde me ontroerd en voelde dat ik een brok in mijn keel had. Ik slikte en knipperde met mijn ogen, de vrouw glimlachte zacht en ik wist dat we een verbond hadden gesloten. Er ging een rilling door me heen, van ontroering en liefde. Een bijzonder moment met een bijzondere vrouw. Ik wilde haar de ring terug geven en probeerde hem van mijn vinger te schuiven. Zo makkelijk als de ring om was gegaan, ging hij echter niet af. Met iets meer kracht probeerde ik het nog eens, maar het lukte niet. Oei, paniek, wat nu? Ik keek op om de eigenaresse raad te vragen.

Ze was weg. De lach was verdwenen, haar ogen stonden weer in de oorspronkelijke stand, haar handen waren niet meer te zien. Kom terug, waar ben je, doe me dit niet aan, help. Maar het enige dat ik zag was een schilderij aan de schutting. De echte vrouw was verdwenen, het was stil, en de zon scheen nog steeds. Het huisje stond daar met zijn begroeiing en ik stond in de tuin. Met om mijn vinger een fantastische kleurige ring.

De ring

De ring draag ik nog steeds. Dit voorval is me jaren geleden overkomen. Ik heb de vrouw nooit meer gezien. In eerste instantie durfde ik niemand te vertellen over wat ik meegemaakt had. Wie zou me geloven? Soms twijfel ik aan mezelf. Ik had het vast allemaal verzonnen, mijn fantasie was met me aan de haal gegaan, er zou best een verklaring te vinden zijn voor het gebeurde. Ja, een vrouw van een schilderij geeft je een ring, geloof je het zelf? Nee, het valt niet te bevatten, maar het bewijs is er nu eenmaal. Ik heb die ring. Elke keer als ik hem draag, denk ik aan de bijzondere ontmoeting met die bijzondere vrouw. En zie ik haar ogen en glimlach en voel me verbonden met haar. Er is die middag iets wonderbaarlijks gebeurd, ik kan het niet verklaren, ik kan het alleen voelen. Een vrouw, en nog een vrouw, en een ring.

Lees meer over de betekenis

Lees meer verhalen